Op de vraag wanneer je een goed resultaat hebt behaald, kun je met twee verschillende ‘mindsets’ antwoorden.

De ‘fixed mindset’ richt zich op de uitkomst. Je bent geboren met bepaalde talenten en capaciteiten. Iets kunnen is een kwestie van talent of niet.
Voorbeeld: Je maakt een tekening. Het is een mooie tekening, dus je hebt het goed gedaan. 

De ‘growth mindset’ richt zich op het proces. De uitkomst doet er niet of minder toe. Capaciteiten kun je ontwikkelen. Je moet meters maken om iets te leren.
Voorbeeld: Je maakt een tekening. Heb je lekker gekleurd? Dan heb je het goed gedaan.

Bij een ‘fixed mindset’ horen uitspraken als:

  • Ik ben er wel/niet goed in.
  • Ik kan dit niet.
  • Als het fout gaat, ben ik niet goed.

En bij een ‘growth mindset’ past:

  • Ik kan iets leren
  • Als het fout gaat, leer ik.
  • Ik zet door en doe mijn best.

Tijdens het voeren van coachingsgesprekken is het goed om je hiervan bewust te zijn. Het onderwijssysteem kent namelijk vooral een fixed mindset. Want: je maakt een toets en als je een hoog cijfer haalt, heb je het goed gedaan.

Wanneer je jongeren coacht, is een ‘growth mindset’ vaak veel nuttiger. Je wil hen immers motiveren om het beste uit zichzelf te halen, om te groeien en te leren. Wees je dus bewust van dit verschil in mindset.

Bron: www.youtube.com

Belangrijke factoren bij het maken van een studiekeuze

Uit onderzoek blijkt dat bij het maken van een keuze voor een vervolgopleiding verschillende factoren van invloed zijn. Deze kunnen zowel belemmerend als bevorderend werken.

Het gaat hier om de volgende vier elementen:

1: De mogelijkheid om te experimenteren

Het is belangrijk voor leerlingen om verschillende mogelijkheden uit te proberen en verschillende opties onder de loep te nemen. Experimenteren zorgt ervoor dat een jongere ziet en ervaart wat bij hem of haar past en wat zijn eigen capaciteiten zijn. Denk hierbij aan stages lopen en open dagen bezoeken.

Denk als coach vooral mee of jouw omgeving een rol kan spelen voor je leerlingen, bijvoorbeeld in de vorm van een snuffelstage bij je bedrijf.

2: Steun

Het is van belang dat een leerling bij het maken van een studiekeuze steun vindt bij ouders, maar ook bij vrienden, buren of andere bekenden. Steun bestaat uit het respecteren van de keuzes en het helpen zoeken naar een geschikte vervolgopleiding.

Als een leerling geen of weinig steun ervaart, zal het kiezen moeilijk voor hem zijn. Jij kunt hem die steun in elk geval geven.

3: Keuzecriteria

Leerlingen kunnen op basis van veel criteria een keuze maken voor een vervolgopleiding. Belangrijk is dat ze de juiste criteria gebruiken, zoals waar ze goed in zijn en wat ze leuk vinden.

Is dit niet het geval, en is het criterium bijvoorbeeld wat vrienden gaan doen of wat ouders willen, dan kan deze factor belemmerend werken. Als coach kun jij in dat geval tegenwicht bieden.

4: Commitment

Deze factor gaat over de mate waarin een leerling echt ergens voor wil gaan en bereid is hierin te investeren. Dit is in veel gevallen een positieve factor, maar het kan negatief werken als de jongere zich teveel richt op een heel moeilijk of onmogelijk doel.

Ter illustratie: een jongen geeft aan dat hij profvoetballer wil worden en daar alles voor wil doen. Dit kan ervoor zorgen dat hij helemaal niet verder kijkt, terwijl de kans klein is dat hij ooit echt zijn geld kan verdienen met voetballen. Als coach kan jij hem helpen om tóch een plan B. te verzinnen.