https://www.youtube.com/watch?v=gvV1zzlWvB4
Bron: www.youtube.com

Goed om te weten is dat het vmbo vier niveau’s telt. Het hoogste, vmbo-t (theoretische leerweg), is vergelijkbaar met de vroegere mavo. Vmbo-gl (gemengde leerweg) biedt kinderen een mix tussen theorie en praktische vakken. Dan is er vmbo-k (kader), dat leerlingen vooral praktijkvakken laat volgen en op stage laat gaan. Het laagste niveau, vmbo-b (basis) bereidt leerlingen voor op eenvoudig werk, bijvoorbeeld als assistent van een vakman.

Aan het eind van het tweede jaar kiezen leerlingen hun profiel. Dit is belangrijk: het bepaalt tot welke mbo-opleidingen ze na het behalen van hun diploma toegang hebben, en dus welke kant ze op zullen gaan. Hierbij spelen Bliksemstages uiteraard een rol: hoe meer sectoren een kind kent, hoe beter afgewogen zijn keuze zal zijn.

Didactische tips

Omgaan met een groep tieners is nét even iets anders dan met volwassenen. Lees daarom onderstaande tips, die zullen je helpen om de sfeer goed te houden en de boodschap helder over te brengen.

Afspraken

Maak bij de start van de training afspraken met de leerlingen. Vraag daarbij welke regels en afspraken zij belangrijk vinden. Denk aan respectvol met elkaar omgaan, niemand uitlachen, anderen laten uitpraten. Door je leerlingen medezeggenschap te geven over de afspraken, is de kans groter dat ze zich hieraan houden.

Onthoud dat je vervelend gedrag niet persoonlijk hoeft te nemen. Je hebt immers te maken met pubers, en er kan één tussen zitten die niet mee wil werken. Wees gerust: meestal gaat het prima, en er is altijd een docent aanwezig die kan zorgen voor de orde in de klas.

Concentratie

Tieners staan niet bekend om hun geweldige concentratieboog. De beste methode om de aandacht van de leerlingen vast te houden is interactie: maak contact, houd geen lange monologen en maak het dynamischer door niet de hele training achter je bureau te blijven zitten.

Houd bovendien vaart in de training. Vraag actief om feedback en zorgt ervoor dat de gesprekjes niet te lang duren.

Positieve houding

Gebruik een positieve benadering. Daarmee kun je de leerlingen een flinke portie zelfvertrouwen meegeven. Het werkt averechts om te hameren op dingen die de leerlingen in jouw ogen niet goed doen. Breng feedback op een opbouwende manier.

Het werkt goed om persoonlijk te zijn. Dat schept een vertrouwelijke sfeer en laat zien dat ook een professional fouten kan maken. Schroom dus niet om persoonlijk voorbeelden en anekdotes te gebruiken. Heb je wel eens geblunderd tijdens een sollicitatiegesprek en is dat relevant voor je verhaal? Vertel het dan. Dat is leerzaam én leuk voor de leerlingen.

Spreken en luisteren

Praat in begrijpelijke taal. Gebruik geen vaktaal en moeilijke woorden. Als je geen alternatief weet voor een vakterm, leg de betekenis dan goed uit. Zeg dus niet ‘ik doe hr’, maar ‘ik werk op de afdeling personeelszaken, waar ik ervoor zorg dat …’.

Spreek leerlingen persoonlijk aan als je een algemene vraag hebt. Op die manier krijg je meer respons.

Luister naar de leerlingen. Probeer te ontdekken wat deze jongeren belangrijk vinden, en laat je verhaal aansluiten bij hun belevingswereld.

Gebruik de situatie

Maak gebruik van de situatie in de klas. Sommige leerlingen dragen wellicht petjes of spijkerbroeken met gaten, of ze hebben hun telefoon aanstaan. Je kunt dit gebruiken als aanknopingspunten voor een gesprek. Kun je op zo’n manier aankomen bij een werkgever? En wat doe je als een werkgever hier een vraag over stelt?

Lees hier alles over het praktijkonderwijs. Of bekijk deze pagina over de interactie met jongeren.