Lessen ná de TaalTrip
Mijn JINC – leerkracht – TaalTrip
Mijn JINC – leerkracht – TaalTrip
Tijdsduur: 5 x 30 minuten
(De tijdsduur is afhankelijk van het taalniveau van de leerlingen.)
Inhoud en doel
Tijdens het bezoek aan de locatie is het onderwerp gaan leven voor de leerlingen. Ze hebben woorden en begrippen gezien die bij het thema horen. De leerlingen werken verder aan het thema en oefenen met de woorden door middel van de volgende activiteiten. Het herhalen van de woorden zorgt dat de woordenschat beklijft. Om nieuwe woorden goed te laten beklijven, moeten ze zeven keer aan bod komen.
Benodigdheden
De werkboekjes worden in de opvolgende lessen eveneens gebruikt. Zorg ervoor dat de werkbladen in een mapje worden bewaard of dat ze aan elkaar geniet zitten.
Tijdsduur: 4 x 15 min. of 1x 30 min.
Activiteit
Om de woorden met de leerlingen klassikaal te oefenen, kun je gebruik maken van de woordmuur. Dit zijn de 30 woorden die worden behandeld op papier gedrukt, om deze zichtbaar te maken in de klas.
Maak met de groep een woordmuur met de woorden en afbeeldingen die bij het thema horen. Dat kan op verschillende manieren.
Je biedt de woorden in vier clusters aan, op vier verschillende dagen. Je behandelt alleen de woorden uit het cluster. Laat een afbeelding uit het cluster zien of vraag een leerling er één te pakken. Wat staat erop? Hebben de leerlingen het woord gezien tijdens de TaalTrip? Zorg ervoor dat de betekenis van de woorden nog een keer goed verduidelijkt wordt. Wat is het voor iets? Wat kun je ermee? Waar heeft het mee te maken? Hebben de leerlingen het woord gezien tijdens de trip? Waar? Geef een synoniem of tegenstelling. Doe voor, laat zien. Geef de afbeelding een plek op de woordmuur en hang of plak het woordkaartje eronder.
Je kunt de woordmuur ook in één keer maken. Het zijn dan wel veel woorden tegelijk. Herhaal en verduidelijk de woorden op dezelfde wijze als hierboven is beschreven. Herhaal de woorden regelmatig, bijvoorbeeld met een woordspelletje tussendoor.
Tip: Het is natuurlijk heel goed mogelijk en ook wenselijk dat de leerlingen tijdens het project op nog veel meer woorden en begrippen stuiten. Deze woorden kunnen uiteraard ook aan de woordmuur toegevoegd worden. Zoek afbeeldingen op het internet of maak een foto of een tekening van het woord (of laat de leerlingen dat doen) en hang de afbeelding met een woordkaart op de woordmuur.
Hier vind je een lijst met woordspelletjes die leuk zijn om met de klas te spelen tijdens het doornemen van de woordmuur.
Met de woordmuur kunnen (op willekeurige momenten of als 5 minutenspelletjes) verschillende oefeningen gedaan worden:
Benodigdheden
Tijdsduur: 60 minuten
Activiteit
Bij elk thema horen werkbladen waarmee je voor iedere leerling een werkboekje kunt samenstellen. Deze werkbladen ontvangt u digitaal. De leerlingen kunnen de werkbladen individueel of in tweetallen maken. Je kunt er ook voor kiezen om één of meer opdrachten samen met de groep te doen, bijvoorbeeld het woordenboek van de klas. Kies de opdrachten uit die u geschikt vindt voor de leerlingen. Je kunt hierbij differentiëren. De ene opdracht is moeilijker dan de ander.
De volgende werkbladen zitten in het werkboek:
Op deze pagina gaan de leerlingen aan de slag met één of twee woorden die zijzelf moeilijk vinden. Tip! Laat de leerlingen nadenken over deze woorden tijdens het bespreken van de woordmuur.
Bij elke TaalTrip horen twee teksten met vragen (werkblad 2 en 3). De werkbladen bestaan uit een A- en een B-deel. In deel A lezen zij de tekst en in deel B beantwoorden ze vragen. Je kunt de leerlingen hier laten samenwerken. Bespreek de antwoorden na.
De leerlingen knippen de omschrijvingen op het Knipblad (werkblad 4A) uit en plakken die achter het goede woord op het Plakblad (werkblad 4B).
Variatie: Zoek je maatje: Deel aan de helft van de klas een omschrijving uit en aan de andere helft het woord. Laat de leerlingen die bij elkaar horen elkaar opzoeken.
De leerlingen lezen de omschrijvingen en strepen in de woordzoeker het woord door dat bij de omschrijving hoort.
Benodigdheden
Activiteit
In de meegegeven spellendoos zitten vier spelletjes waarmee de leerlingen kunnen oefenen op speelse wijze. Verdeel de klas in groepjes en laat de leerlingen deze spellen spelen in een spellencircuit. De speluitleg staat op kaarten in het lesdoosje.
Tip! Heb jij een grote klas? Voeg dan de woordzoeker en de knip- en plakopdracht uit de werkboekjes toe aan dit circuit.
Benodigdheden
Tijdsduur: 60 minuten
Inhoud en doel
Ter afsluiting kun je een quiz doen om te testen in hoeverre de woordenschat beklijft. Ook maak je een verslag van de TaalTrip.
Met de quiz kun je controleren of en hoe de leerlingen de woorden beheersen. De quiz kan in groepjes of individueel gespeeld worden.
Activiteit
Met behulp van werkblad 7 maken de leerlingen een verslag van de TaalTrip om het project af te sluiten. Onderaan het werkblad maken ze een tekening van de TaalTrip en/of een boodschap voor de Taalgidsen.
Tip: Past een verslag schrijven of typen beter bij het niveau van de leerlingen (bijvoorbeeld bij VSO), dan kan dat ook.
We ontvangen graag terug hoe de leerlingen de TaalTrip hebben gevonden. Dit verslag dient ook als bedankje voor het bedrijf en de Taalgidsen. Stuur de verslagen naar JINC. Wij zorgen ervoor dat de verslagen doorgestuurd worden naar het bedrijf en de Taalgidsen. Het adres vind je in de mail met lesmateriaal.
Benodigdheden