“Je kunt moeilijk over iets dromen als je niet weet dat het bestaat.”

Mohamed Zaatout, advocaat bij A&O Shearman, zet zich in voor JINC.

‘Toen ik tien was, wist ik al dat ik rechten wilde gaan studeren. Lang wilde ik rechter worden, maar ik hield ervan om te discussiëren. “Je zou advocaat moeten worden”, zeiden mensen tegen me. Toen ik ouder werd, leek me dat inderdaad nog leuker. Ik heb rechten en politicologie gestudeerd en daarna een master ondernemingsrecht gedaan.’

12 juni 2024

‘Tijdens mijn studie liep ik stage bij het Gerechtshof in Den Haag en bij drie grote advocatenkantoren. Bij het toenmalige Allen & Overy bleef ik aan als werkstudent en daarna trad ik in dienst als advocaat. Inmiddels werk ik hier anderhalf jaar. Ik voel me helemaal thuis, dus ik ben blij dat ik alle kansen heb gegrepen die me werden geboden. Het hielp enorm dat ik mensen om me heen had die in me geloofden. Familie, vrienden, docenten: niemand twijfelde eraan of ik advocaat zou kunnen worden. Nu ik het ook echt ben, zet ik me graag in voor kinderen voor wie zulke kansen minder vanzelfsprekend zijn. Ik had het geluk dat ik van jongs af aan ben aangemoedigd op carrièregebied, maar je kunt moeilijk over iets dromen als je niet weet dat het bestaat.’
‘Sinds een jaar ben ik vanuit mijn werkgever betrokken bij JINC, een organisatie die zich richt op kinderen van acht tot zestien jaar uit wijken met een sociaal-economische achterstand. JINC helpt hen aan een goede start op de arbeidsmarkt. Via verschillende programma’s maken de kinderen kennis met allerlei beroepen, ontdekken ze welk werk bij hun talenten past en leren ze solliciteren.’

‘Een van de activiteiten die ik begeleid, is de Bliksemstage. Die vindt zo’n vier keer per jaar plaats. Een dag lang laten mijn collega’s en ik de kinderen zien welke beroepen er nodig zijn om een zaak te behandelen: niet alleen advocaten, maar ook bijvoorbeeld personal assistants, receptionisten, IT’ers en marketeers. Ik help ook met JINC Baas van Morgen, waarbij een kind een dag lang op kantoor de baas mag spelen. De insteek is dat de kinderen zich realiseren dat ook zij bij een groot, internationaal advocatenkantoor zouden kunnen werken, in welke functie dan ook. Het is geen besloten bolwerk, iedereen is welkom en nodig.’

‘We doen op zo’n dag ook een oefenrechtbank. Van de originele argumenten die de kinderen aandragen tijdens hun pleidooien, kan ik soms nog wat leren. Ze krijgen toga’s aan, waarmee ze trots op de foto gaan. Het heeft iets symbolisch: een toga past iedereen, dus jou ook. Ik vind het mooi om te zien hoe ze dat door hun eigen spiegelbeeld ineens beseffen.’

‘Vanuit kantoor ervaar ik veel ruimte om dit project te doen. In ons teamoverleg komt ook het vrijwilligerswerk aan bod en als ik een dag voor JINC bezig ben, weten collega’s dat ik in principe niet bereikbaar ben. Dat maakt dat ik aan beide typen werk mijn volle aandacht kan geven. Er was laatst een meisje dat tijdens de rondleiding weinig zei. In de lift vertelde ze ineens dat ze al sinds haar zesde advocaat wil worden. Ze vond het geweldig om nu een advocatenkantoor vanbinnen te zien, er ging een wereld voor haar open. Dat is de reden waarom ik graag tijd vrijmaak voor deze kinderen. Als ik voor één iemand het verschil kan maken, heb ik iets goeds gedaan.’


Dit artikel is gepubliceerd door Het Financieele Dagblad.