Hans Honig, CEO van Deloitte Nederland, over financiële educatie, kansengelijkheid en samenwerking met JINC

 

Deloitte organiseerde afgelopen maart tijdens de Week van het Geld voor de vijfde keer twee events rondom het Nationaal Geldexamen in Amsterdam en Rotterdam. Het kantoor van Deloitte in Amsterdam opende de deuren voor maar liefst 75 basisschoolleerlingen, waaronder twee klassen die mee hebben gedaan aan het lesprogramma van JINC Wizzie, een programma dat zich richt op voeding, financiën en cultuur. Het Nationaal Geldexamen is een initiatief van de Deloitte Impact Foundation. Het initiatief is ontwikkeld door Uitgeverij Zwijsen in samenwerking met het Nibud en leert kinderen uit groep 7 en 8 bewust met geld omgaan en bereidt ze voor op het voortgezet onderwijs.

Sinds 2024 werkt Deloitte ook samen met de Rabobank en JINC aan de uitbreiding van JINC Wizzie, op het onderdeel Financiële educatie. Collega’s van de Rabobank en Deloitte staan samen voor de klas om de geldlessen rondom het Nationaal Geld Examen te verzorgen op diverse scholen in en rondom Amsterdam.

Tijdens de Week van het Geld verenigden gastdocenten van de Rabobank en Deloitte zich op het kantoor van Deloitte in Amsterdam om met om met jongeren te praten over financiële gezondheid. Alle deelnemende scholieren maakten De Grote Geldtest en slaagden met glans waarna ze hun welverdiende diploma’s in ontvangst mochten nemen van burgemeester Halsema. Na afloop van dit inspirerende evenement sprak JINC met Hans Honig, CEO van Deloitte Nederland, om zijn inzichten te delen over financiële educatie en de vruchtbare samenwerking met JINC en Rabobank in strijd voor kansengelijkheid.

De Week van het Geld is een week van betekenis voor jullie?

“Op veel niveaus vind ik de Week van het Geld erg inspirerend,” begint Honig. “Het is altijd geweldig om met kinderen te praten over geldzaken. Ze kunnen soms verrassend wijze dingen zeggen, en het is belangrijk om financiële gezondheid te benadrukken als een essentieel onderdeel van ons leven. Schuldpreventie begint met educatie, en dat is precies wat we hier proberen te bereiken.”

We vragen hem uiteraard ook naar de samenwerking met JINC.

Deloitte heeft een langdurige samenwerking met JINC, een partnerschap dat Honig persoonlijk nauw aan het hart ligt. “Ik heb zelf als vrijwilliger meegedaan aan verschillende programma’s van JINC, zoals Sollicitatietrainingen en Ondernemen doe je zo! Het is opvallend hoeveel invloed deze programma’s hebben op jongeren en hoe ogenschijnlijk eenvoudige lessen een groot verschil kunnen maken in hun leven.”

Het streven naar gelijke kansen staat centraal in zowel het Worldclass-programma van de Deloitte Impact Foundation, gericht om wereldwijd mensen, vooral jongeren, een beter toekomstperspectief te bieden, net als in de samenwerking met JINC. “We voelen de verantwoordelijkheid om iets terug te doen voor de maatschappij,” benadrukt Honig. “Als organisatie met bevoorrechte werknemers is het onze verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het vergroten van kansen voor iedereen.”

We vragen Hans naar zijn ervaring met JINC Baas van Morgen.

Op één dag lopen kinderen mee met directeuren en leggen zij waardevolle contacten en ervaren zij van dichtbij hoe een organisatie functioneert. “Het is fantastisch om te zien hoe enthousiast deze kinderen zijn en hoeveel ze leren van deze ervaring,” merkt Honig op. Hij deed zelf twee keer mee. “Het geeft hun een waardevol inzicht in het bedrijfsleven en wat het betekent om verantwoordelijkheid te dragen. En ook al gaat het hier maar om 1 of 2 kinderen per organisatie (totaal zo’n 600) het is een hele mooie manier om kansengelijkheid en wat bedrijven kunnen doen in termen van educatie, voor het voetlicht te brengen.”

Een oproep tot actie

Tot slot doet Honig een oproep aan andere bedrijven om deel te nemen aan educatieve programma’s zoals die van JINC. “Het is een kans om niet alleen bij te dragen aan de samenleving, maar ook om je eigen medewerkers iets waardevols te bieden,” benadrukt hij. “Met dit soort programma’s kunnen we echt impact maken, niet alleen op de jongeren die eraan deelnemen, maar ook op onze eigen medewerkers en organisatie.”