Vele duizenden kinderen uit wijken met achterstand krijgen op dit moment niet of nauwelijks les. Niet alleen omdat hún scholen extra worstelen om goed thuisonderwijs te bieden, maar vooral omdat hun ouders te weinig hulp kunnen bieden. Omdat er geen computer (over) is, geen rustige plek is om te werken. Of omdat docenten er simpelweg niet in slagen hen te bereiken.

De coronacrisis laat daarmee haarscherp zien hoe groot het probleem van kansenongelijkheid is in Nederland. Want die ongelijkheid wás er natuurlijk allang, hij was alleen minder zichtbaar.

Ook als de scholen wel open zijn, lopen vele duizenden kinderen uit wijken met armoede achterstand op ten opzichte van leeftijdsgenootjes uit rijkere wijken. Want hoe slim of talentvol je ook bent, om het beste uit jezelf te halen heb je een netwerk nodig dat je helpt en met je meedenkt. Dat je laat ontdekken wat voor mogelijkheden er allemaal bestaan op het gebied van studie en werk, en welke (sociale) vaardigheden je nodig hebt voor je latere professionele leven.

Duw naar achteren

Behalve het inzamelen en distribueren van laptops en het organiseren van bijvoorbeeld online coachgesprekken, kunnen we nu weinig doen voor alle jongeren die door corona een extra duw naar achteren krijgen. Wel kunnen we vaststellen dat we al jaren weten dat de kansenongelijkheid in Nederland een groot probleem is. En eindelijk eens vaart gaan maken met de oplossing.

Portret Daniel
Daniël Roos: “Blijf je hand uitsteken naar de vele leerlingen die het nu moeilijk hebben.”

Daarvoor zijn er snel structurele maatregelen nodig. Zoals: zorgen voor extra investeringen in scholen met de moeilijkste leerlingen en niet bezuinigen daarop, zoals het vorige kabinet deed. Zorgen dat de beste leraren de meest kwetsbare jongeren onder hun hoede krijgen en dat kinderen pas op latere leeftijd hun opleidingsrichting kiezen. Zorgen voor een landelijke prioriteit in het bestrijden van schulden, wat de belangrijkste stressfactor is in gezinnen met armoede. Zorgen voor wijken waar arm en rijk weer meer door elkaar wonen, zodat kinderen ín hun wijk mensen tegenkomen die hen verder kunnen helpen. Zorgen voor beter en vroeger taalonderwijs, voor een effectief systeem van jeugdzorg. En zo kan ik nog even doorgaan.

Wat we nodig hebben, kortom, is een deltaplan voor kansengelijkheid. Als we daar nou onze beste mensen aan laten werken, met een budget waar ze echt iets mee kunnen. Een bedrag tussen, laten we zeggen, 4 en 8 miljard euro. Op de 40 tot 80 miljard die het kabinet heeft uitgetrokken ter bestrijding van corona, is zo’n investering niet veel meer dan een afrondingsverschil!

Achterstand wegwerken

Daarnaast hoop ik dat bedrijven en instellingen JINC blijven steunen. Ik snap dat dat voor sommige partners veel gevraagd is, zeker voor wie door de coronacrisis in zwaar weer verkeert. Maar ik vraag het toch. Juist omdat de kinderen voor wie JINC haar projecten organiseert op dit moment een grotere achterstand oplopen, hebben ze straks, als de scholen weer open zijn, onze ondersteuning weer hard nodig.

Blijf dus je hand uitsteken naar de vele leerlingen die het nu moeilijk hebben. Want iedere professional kan een rolmodel zijn voor een kind dat opgroeit in een wijk met veel armoede. Door ze te coachen, hen te tonen wat voor geweldige mogelijkheden er op de arbeidsmarkt voor hen bestaan of te trainen op het gebied van solliciteren, plannen en ondernemen.

Zo kunnen we ervoor zorgen dat de extra achterstand die nu wordt opgelopen, wordt weggewerkt. Want het zou pas echt ondraaglijk zijn als de postcode van deze jongeren ook de toekomst van hún kinderen bepaalt.

Wil je ook graag een steun zijn voor jongeren die op dit moment een forse achterstand aan het oplopen zijn? Kijk dan hier wat je kunt doen!